|
1082 Zottegemse woorden aardworm, pier tiek akker kaiter angst schoutte Gierigaard Krebbenbijter Grotenberge Braavelde haken crocheren Hij is de pijp uit Hij is "ribedebi" lieveheersbeestje pompernelleken, pimpompulleke nipt redzekes opschieten affeseren plagen ambetern Sint-Goriks-Oudenhove Sente Gurens Sint-Maria-Oudenhove A-novene vagina een pruime, een duuze, een musse woensdagavond goensdagoavend 't is voor vandaag 't es veur vandoee aan oan aanaarden op-uu-gen aangetekend schrijven rekomendee aanmaakhout (voor kachel) stoof-èt aanmanen (om te eten) provellen aanschuiven ( in wachtrij) rootse schuiven aansteker brikee aap martekoo aardappel patat aardappelen pattotters aardappelen in de schil pattotters mee de pèlle aardappelen in de schil patotters mee de pèlle aardappelpap tuitsespap aardbei erebeese aardbei irrebeze aardbei erebeese Accuboormachine Pielemachiene activiteit bezigheid adem aosem afgeleverd hehe'en afstansbediening baksken van de téléviese allemaal amoale, alleman allemaal samen altsegoare altijd alseleven amfetaminegebruiker vènger amper mee ruidze analfabeet ongeletterde angst grouele angst grouelel angst schou angst schoutte antiroestverf ( rode menie) ruu miene appelaar appelpote appelmoes appeltrot arbeider ( in zware industrie) travooman armband brasselee arme drommel ormen duts (m) / orm sluure (v) arme vrouwe slure Arthur Scheirisstraat Zwarte gracht auto ooto autobatterij Otobatterie autobus buus autoped trotinette avond oavend avondschemering valoavend baantje boontsen babbelaar,ratelaar rooteleire bakkebaarden fabrie-en baktrog moelde balzak bozze balzak vagina opening bang schau bangerd broekschaiter bangerik schou-uut baskische muts ne pots batterij piele bazige vrouw prije bedrag geld beerkar zeekkerre beerton zeekstik begonnen begost bengel ruffe benzine nafte benzinestation naftepompe berm borme beroerte geroakteit beslag maken paretten moaken besteller van spoedberichter ( telegrams)vanuit de stations 'n peechendroager beuzelaar, gierigaard pezewever biblioteek boekerije bidden leez'n bierbuik túgzweere bieten betroaven big , biggetjes tsoe, tsoetses bij bie bij bij bijdehands pertig bijna abij, bekanst bijna bekanst bijna abij bijzit, maitresse koekentiene bilspleet voore binnenmonds praten moemelen binnenmonds praten tenzellen blaadje bloodsen blad papier blorren bladeren blorrn blauw blaad bloedworst rooien triep bloedworst 2 zwarten triep bloemen blommen bloementuil blommekee bobijn tuite boekentas kanasjière boodschappen komissens boodschappentas kabas boodschappentas (gevlochten) netzak boomgaard bogort bord talure bord (eet) tallurre borst, uier mamme borstelsteel bosselsteel borsten tett'n borstwering ballestrade boterham boot boterham boot; bootsen boterhammentrommeltje bootbozze boterhammetjes boodses botsautootjes otoskoetere braadworst soocidsen braambessen brambransen brandkast coufrefort brandnetels tingels brede onverharde landwegel ree breinaald priem breiwol sette bretellen garillen brievenbus boite brievenbus doite, boite broeksriem centure brood bruud brooddoos bootbozze broodzak boodbosse buikloop spodder buikloop racekak buikloop spetterkoek buishoed sapoobuus buitenspel ( voetbal ) avseit burgemeester burremistere Burgemeester Zottegem "Don Looreone" cafeetjes kapellekes cavia ziratte Charleroi Sarlaroa chichorei, paardenbloem peeën corpulent iemand ne vetzak daar genter dadels kadijsters dakgoot kornisse dakwerker schouldendekker dan tans of tuus dan tuns darts veugelpiek das plastrong das plastroank dat had je maar gedacht dat ziede van iere os ge ginter stoat / dadode moar gepèst dat heb ik niet gedaan abbakkendou dat heb je wel gedaan abbaggendoet de den de beiaard den beiord de herfst 't achterwerts joar de Hongerstraat Nonger de inspanning niet waard tsop es de kulle nie wert de lente den uitkommen de markt de mort de socialisten de tsosn deken (wollen ) suirge deksel scheel denken pèsen denken peisen deugeniet (olijke kleine) leure deugniet niewèrd deze middag vandennoene deze namiddag vandenachternoene deze voormiddag vandeveurnoene dierenarts perdemeester dik achterwerk coufrefort dikbil pletser dikoor, rode hond de bozze dinsdag deisendag dobbelsteen teerlink dokter dokteur doodlopend spoor voor lossen van goederen kuutzak doopsuiker suikerbeesen doopsuiker kiennekessuikersessuikere dorpel zulle draaien ( rond iemand of iets) rondkukkel'n drempel zulle drempel zulle drinkbus pulle drinkeboer bierbobbel , bierooge, dronkord, zatte pulle droge worst en endeken droge worst druge sesiedze droge worst druen ent dronken zat drukken (op het toilet) kuimen drukte, gedoe errewoase duizend duusd durf je dat ... turdedadde durven turren dwars door tzwissen deure dwingen,druk uitoefenen prevellen een nen een banaan en banane een blaar een bléne een egel nen uts een grote man nen bir van nen vent een kleine man ne kop en klutten een knipperlicht ne pinker een kop koffie een zatte kaffee een kurk een flokket een pannenkoek nen tsiepere een pompoen een poompe een snoepje ne spek een struik nen ul een verkoudheid een vallinge een vervelende situatie n' bescheten komisse een weinig drank en zeupe een wenend iemand tsiepmuile, een schreemmuile een wind een scheete eerlijk irlijk eerlijke irlijke egel uts egel stekelverken ei zo na redzekes eierdooier ndool vanun è eieren èërs Eiersaus, zei ze. aaersaasezaaze eigenaar eieneere eigendunk toepé eigenwijs persoon goestendoenere elastiek rekkere electriciteit eeletriek Elene (deelgemeente) Eelne Elene (deelgemeente) Elen' emmer auker, iemer emmer iemere emmer (water) oakkere emmertje - aker oeker en dan en tons enkels knoesels erg grauelijk erg zat strontzat ergens ieverands Erwetegem Ertegem eten fretten eten poepen eucharistieviering messe eventjes redsekes fabrieksmeisje (vroeger) fabriekspulle ferme vrouw mokke fiets vélo fiets of autorem freine fietsen veloën fietsen purvlo rijen / mee de vélo rijen fietsketting velokeetn fietsstuur guidong fietstas ransel flauw van smaak flets flauwerik, bangerik fla-uut fles flèsse flesdopje bierscheelken fluisteren fezelen fluiten schuifelen fluitketel muêr fluwelen broek floerenen broek foppen (iemand) (ienen) nen toer lapp'n fopspeen tute foto portret fotograaf portrettentrekker franstalige franskijong friemelen frutsel'n gaan slapen goan nennen gaar zochte gaar (aardappelen) zoachte gaat ge mee goe e mee garnalen geirnoart gasfles n' bombonne gazze ge hebt gait ge hebt het goed voor gaant gij goed op ge hebt het wel gedaan gedoet gedoet gebakje pateetsen gebakken aardappelen gebruineerde patotters gebarsten gebosten gebruikt gebezigd gehakt gekapt gehandicapt maloondig gehandicapt malloondig gek zijn kwieb zijn gek zijn kwieb zijn - maboel zijn gekookte ham gezooën hespe geld puien geld centen, kluiten geld gald geldbeugel portemonee geluk sjanse geneesmiddelen medicamenten geperste kop huflakke gereedschap aloam gereedschap om gaatjes te maken elsen gereedschapskist aloambak gereedschapskist oloambak gerst schokkeloen gerst schokkeloen geruit hemd karoën emde geslachtsgemeenschap hebben veugelen gestreepte kat bruin/zwart kelderslekke getrapt getorten gezicht bakhuis gezicht wezen gezicht toote gezicht smoel gierigaard krebbenbijter gierigaard peezewever gietijzer geute gilette mesjes vliemkes glad sleer glijbaan sleerboane glijbaan sleere Godveerdegem Uutsvertegem Godveerdegem Utsfertegem goederentrein marsandiese goeiendag azel ze goochelaar schammatur , tufferère goot zeppe gootsteen pombak goudvisje gaavisselken graag geern graag een groter dan een kleiner stuk liever een brokke dan nen brijzeling gras ges grasperk peloeze grasperk gesplèn griessel griessel grismeel(pap) smoel groenten groensel groentenvergiet stramijn grontenzeef vergiet grote borsten balkong grote knikker bolleketten grote knikkers bolleketten grote kom caserole grote voeten lochtingterters Grotenberge Brèvelde Grotenbergestraat den berg van brèvelde gruwelijk vrid haantje de voorste veurschelligoart haast je hoest ui habijt pietaleir had hij ootij had ik ooke had je oote hadden jullie oote goaldere hadden we oome hadden ze oonze hagedis lekkertisse hagedis lekkertisse haken cristeren half om half deelt,deelt handtas sakkose handvol (kersen) affel hark rikke havermout kwakkers hebben ein hebt U ette gije heeft ee Heldenlaan Neerstroate heldenlaan neerstroete helemaal helegands helemaal niet affeelders nie hemd emde hemdeslip emdesleppe hemel hemele hen (kip) poelde hespeworst soccisson het ut het college t' gestichte Het hagelt. toaelt Het is de moeite niet waard Ten es de goage nie het is mistig tee gesmuikt het is niet éénduidig er zijn mir koe-en die Bloare hitten het is om zeep tes noar de kluten, tspel is espe Het loont de moeite niet ten es de goage niet het loopt gesmeerd 't goa gelijk nieten het toilet, W.C 't vertrek het waait twout het wordt dikke ambras tza boembaalleke zijn hetzelfde tselfste Hi is plotseling verdwenen Hij is vertrokken met de "noenzonne" hij ei hij (zij) heeft het naar zijn (haar) zin ij (zij) jeunt em (eur) hij (zij) is steenrijk ij es (z'es) de moere en de rijger van 't gelt hij (zij) ziet het niet meer zitten ij (zij) weet van gin èt pijlen moaken hij heeft toen erieus onder zijn voeten gekregen ij ee ter nie moetn agtr vroggen hij heeft mij 'n loer gedraaid ij ee in mijn roapen gescheten hij is pompaf ij es tvas af hij is verbouwereerd ij es van' t hand gods geslegen Hij is verdwenen Hij is ribedebi hij/zij heeft een zwak hart ij/ze eet het aon zijne/eure moteur hoesten oeksten hommel osselle honderdduizend ondertduust hondje boebken honing zeem honing zim hoofd kop hoofdrol tuimelperte hoogmoedige vrouw n' tuitte Hoogstraat d'Huugstroate horloge arloodzje horzel ossel houten dwarsbalk (op de spoorweg) bielde huis van lichte zeden cabardouse iemand achterna lopen achter iemand zijn gat drillen iemand die geen respect afdwingt 'n blut'n iemand die graag plaagt tamtirstok iemand die niet veel eet ne flè-bek iemand die nooit thuis is stroatluuper iemand die voor niets deugd ne strontroaper achter den tren iemand dienaast de wc bril plast schiefzjieker iemand doen schrikken iemand verschutsen iemand inwendig achtena praten tenzelen iets iet ijdeltuit parètte ijsje kriem, krijm ijskar kreimkerre Ijsstronk Boolke ijzeren staaf petreil, poeter ik Ãkke ik ben gestoken door een wesp kben gewiept van ne fluitenier ik ben weg 'k be vurt / 'k bender mee wig Ik ga even naar het toilet. (man) Kgoa mijn patotters ne kir goan afgietn ik gaf het aan ... ket gegoven ik had koo ik had het koottekikke ik heb kaa ik heb alles in orde gebracht 'k ben op mijn effen ik heb er genoeg van 't hangt mijn kijt' uit ik heb geen zin 'k en ee gin goestinge ik zal zwijgen "k zal mijnen bek in mijn pluimen e-en in de kast in de kasse in eerste versnelling schakelen in eeste vitesse zetten in moeilijkheden bruin gescheten ingewanden (van vis) kijte en melte internet tinternet inwoner van Elene nen Elensen dommerik is es is hij het ? èstij is zij het ? essentzij italiaan italionder jaar joar janken van de pijn ka-ieten jas frak jasmijnboom ne zuuzemienebum jawel !!! toetoet jicht de biestses jicht chetteka jij gije jij bent me ook een mooie ge zijt ne kilo jodiumtinctuur tentuurdjot jongen manneken jullie goaere of goalder kaakslag souvelette kaal plets kaalkop pletsekop kaars kisse kachel stoove kaften (ww) spoasemen kalf mutten kamerjas peinoir kanarievogel ne kanoarreveugele kapot nor de klutn kapsel coifure kapstok portemantoo kar kerre karnemelk keremelk karnemelk kirremelk karnemelksaus kirremelksèse kasseiweg katseiboane kast kasse kastanje kastoonde kastanje ( wilde ) n' walnote kat poeze, poezemiene kauwgum tsjieke kben blut zee mij gepluimt kerkwachter (vroeger) de swies kermis fure kermis kirmesse kermismolens meulekes kersen kezzen kerststronk boolke ketting keetn, keetinge keuken schotelhuis kikker pui kinderen de kadeeën kinderstoel kakstoel kinderwagen feture kinderwagentje poessette kippenhok kiekenkot klagen zoagen, kreften klagende vrouw trunte klap soavelette klaproos kolleblomme kleine kinderen kienses kleuterklas freubel klokhuis van appel, peer flokhuis klompen kloppers kluis coufrefort kluit aarde nen tots kniezen knotteren knikker marbel knikkers marbels knikkers pietsers knotwilg 'n treunke koffer koefere koffieapparaat kafeezetter koffiebaal kafeebuzze kookpot schuite koolmijn fost kop van (schoen)nagel tuits kopje koffie zatte kafee koprol tuimelperte kotelet kortlette kotsen spauen kousen kaasens krant gazette kroeg stammenee kroontjeswipper nen aftrekker, nen biersleutel kruisbeeld ne kruislievenirre kruisbessen stekelbezen kruiwagen kortewogene kruiwagen brewet kruiwagen kortewoagen kuikentjes tsiepkes, kiekskes kurk stopsel kurkentrekker ne stopseltrekker kus bees kus poes kwartier ketier la Une Bruusel frans ladder leere lamzak lamlendige lutskloot lang wegblijven waardoor vrouwelijke wederhelft misnoegd is blijven plakk'n langs lengs langsdaar laangsgenter lastigaard ambetanterik lastigaard beuzak laten zien gewezen lawaai lawijt ledebergstraat strijpe stroatsen Leeuwergem (deelgemeente) Livergem leeuwerik ( vogeltje ) kurlawerke lelijk gezicht nen toote om et op te kappen lerares schoolmestesse lesbisch veur de wijv'n levenslustige vrouw 'n pertige mokke lichaam lijf lichte vrouw onneuzele triene lichte vrouw lichtmesse lichtschakelaar den intruuptur liedje veus, veusken likstok ne stamper looplamp baladeuse loper passepartout lucifer steksken lucifer stekske luiaard luibozze luiaard tamme kluut luiaard, nietsnut leegganger luier piesdoek luik (venster) blaffetuure lulzak clitoris maakte (hij/zij) moakteg'n( of miek) maandag moandag maandstonden veranderinge, brol, tante marie maandstonden klodden maar nee ba nie man vent mantel paltoo mantel palto mantel pardesus mantel palto marbeljaan marbeljoane markt mort markt van Sint Maria Oudenhove de plutse tènove masturberen on zijn fluite trekken masturberen aftrekken (man) masturberen ving'ren (vrouw) medaille medaulde meelijwekkende vrouw slurre meid maais'n meikever ronkere meikever ronkers meisje mesken mep vonke merel meerlong merel ne mèreloare mesthoop messing met mijn geld morsen mee mij gald poutjes pissen middag noene middag snoens middagdutje noenen middags ( 's) snoens mijn liefje mijn scheetsen mijnwerkers fostmannen minnares koeketiene mislukte tussenkomst bescheten komisse misnoegde man ronkbozze mist smuik modder moore moed koeraudze moestuin lochting moestuinpad t' lochtingboonsen mond tote morsen muessen morspot, klungelaar brosseleere mug meuzee muggenzifter pezewever muskaatnoot kruinoote Musselystraat den boulevard muts turre naaien step'n naaimachine stepmachine naar noar naast nevenst nachtemmer piespot nagel van het varken verkesschoen natuurlijk vaneienst natuurlijk dat vaneigenst nauwsluitend maatpak tes aan zijn kloten gegoten navel nagelbuik navelstreng ( van geslacht varken) pezerul nederlandse ollantse neef kos'n neerhofstraat verkensmort negatieven(foto) klizees nekslag geven (bij konijnen) tvas afsloan neponderscheiding speekelmadoulde nergens nieverands nergens nieverans netel tingel netels tingels neuskeutel snottebelle, snotkiesse nietsnut niewert nieuws nuus Nieuwstraat fauldestroate nochtans pertèng nochtans pertang nochtans pertang nooit "vanseleven niet" of "vasleven niet" ocharme ochheere +evt. "mijn ziele" ocharme mijn schoapen toch! ochtend nuchting ochtend snuchtings off-side alfset omgekeerd oaverrecht omgekeerd tachtersteveuren omgeving (van Zottegem) kootee( van Zottegem) ondeftige dame vuile torte onderbuik gemachte onderhemd emdeken onderhemd (onder)lijveken onfris persoon stinkbosse ongeveer appeprei onmiddellijk tsebiet onnezelaar onnuzele kluut onnozelaar onnuzelaire onnozele vrouw kalle ontaarden - kruising van rassen verbasterderen ontkenning (van een feit) n'doodn'dood ONVERDRAAGLIJKE VROUW KWEENE onzorgzame vrouw slonse oogarts ugmistere ooi ( schaap ) beite oom nonkel Oombergen Umbergen op de zolder op t'upperste Op het nippertje Redzekes op krediet kopen op de poef goan op zij tsijens / opsijt op zijn gezicht op zijne smoel opdelen , in stukken hakken kandil'n opgebrande kolen schrabielden opmerkelijk individu skouen oren en ogen ueren en ue'en oude dame aaa tekla oude vrouw aa mete overdreven katholiek pillorbijter overjas pardesu overjas pardesuu overrijp (fruit) metter overtreffen de loef afsteken (iemand de) overtreffen ( iemand ) iemand de loef afstek'n paardebloem pisblomme paardenstaart perdekeut paasbloemen tuiteloazen pad, paadje boonsen pak rammel pandoeringe pak slaag kloppinge pak slaag pandoeringe pak slaag vettinge pan schuite pandabeer pandabeir pannekoeken ciepers pannenkoek siepere Pantoffels slèdsen parelhoen ne pandar parfum riekwôter parfum (eau de cologne) odekloonde parochie prochee pastoor pastere pêche pezerul pêche ,perzik pezerul pels (om de hals te dragen) miene perfectionist pietsen den justen perfectionist peetsen zuust perron kee personenwagen luuksfetuure pet klakke peter, meter ( vervang- ) peets'n, meets'n lap peulerwten slusters peulerwten sludzekes piemel ne zot pikdorser pikdesser pils ne pot aja pint demi plaaggeest tamteerstok pladijs ploate plassen zieeken plastic plastiek plein op de pluitse plezier leute plots al mee ne keer poeldenier poelier poep lulhaar politie poliese politie flieken pollepel paulepele pompoen poompe pop puppe portie poossee post corespondence postzegel nen teimbere potlood créjong potloodslijper scherper praat, grootspraak babbelde prei parèë premie priem prikkeldraad piekdroad princessebonen tresekes prinsessebonen trésekes problemen hebben zenose problemen hebben zenose hebben pruik paruke pruillip froeze rammelaar roateleire rammeling vettinge rare persoon ne witlawau regelen arrangeeren regenjas gabberdiene regenworm tik remmen freinen reuzel smet rheuma flesijn rijk ferrari rijden rijkswachter mutten, smurf rijkswachter zendarm rits tierette roddeltante klapije rode bessen zimbezen rolgordijn blafetuure rolluik persjeine rolluik persjijne rolluiken pèrsjeinen rolluiken pèrseinen rommel brol rot voart rotte appel ne voarten appele RTBf Bruussel Frans ruzie maken teeter gestoven ruzie maken zen nogal boel gemokt s' middags s' noens s'ochtends snuchtings salamander lekkertisse salami (paardesalami - bologne) beloende samen tegoare samen tupe schaar schere schaatsen schoaverdeinen schaduw schuive schaduw lommerte schaduw, lommer schuive schalieën schoulden schaliendekker schaulendekkere schatten van kleine kinderen schoapkes van kienses scheel zien loenzen scheldwoord voor vrouw brakke scheutje (melk in de koffie) zeupken schijnheilig muilentrekker schijnheilig persoon ne muilentrekker schijnziek carottentrekkere schilder facadekletser schillen pell'n schillen schel'n schoenstrikken schoenstrekken schoenveters nestels schommel beize schommel bijze schommel biezebeize schommelstoel wipstoel schoothondje preutelekkerken schop schuppe schoppen vrouw pijken wijf schoppenboer pijkezot schort vuschut schrik (hebben) schou (zijn) schroevendraaier toernavies schurk krawoat seringen djoozemienen sigaret flokke sigaret saffe Sint Goriks Oudenhove Sente Gurns Sint Jorishof sentjoor Sint-Jans-Hemelveerdegem Tsientsans Sint-Maria Lierde Melierde Sinterklaas Sent Niklaus sla saloa slaapkleed tabaort slab,bavet zeverlap slabbetje zeverlap slagboom barile slagboom ( spoorweg ) valboulde slapen dodo doen slechte eter tijferirre sleutels sneutels smeerlap smous smeerlap smoutzak smoutpot grivve snede varkensspek schelle geregelt sneetje schelle snel weglopen wigketsen snelweg otostrade snoep spek snottebel snotkieze snurken grol'n snurken grollen sokken brooskes soms allemets soort muts kahoele sotto's kruipkot spade spo Spanje Spoonje spatbord gardeboe spek geregelt spek geringelt spek geringeld vliës sperzieboonen treezekes spiegelei tietei spiegelei perdenuuge spin spinnekoppe spinazie spinaudse spinnenweb spinnekoppennette spleet voore spoorweg ijzerwig spoorwegbedding de rampe spreken klappen springtouw springkurde spuit pikuur staak pijrse staande lamp lampadeire staart kodde, stirt stalkaars ( in de vorm van masker uitgesneden) peetseskeeste staren koekeloer'n / goep'n stationstraat stoasestroate steegje ketse steenkoolgruis slam stelen pieken stille scheet ne stinkere stoep plankier stola snuitoek stoofvlees stoverije stoppen met werken schuppe afkuisen stoute vrouw rosse straatgoot zeppe straks fleust straks fleus straks fleus strandslippers zisledzen stranks fleus stroper lavèër stuk taart stik torte tabak van mindere kwaliteit fleur de matras tandarts tantiest tang tenge tarwe torve tas (koffie) djatte kaffee teentje tientsen tegel nen dal televisiejournaal 't nuus ten halve talvent tepel tjoepap tergen, plagen tamteren tergen/plagen treiteren TF1 Rijsel ìn thym teemuus tijdens binst toch niet abba neë toch wel abba toet toch wel (zeker en vast) toot-toot toilet, wc tuizeken tol top tot straks tot fleus tralie traulde trammelant tantafeirens trappelen ( terplaatse ) trampel'n trappelen (ter plaatse) trampelen trappen (werkwoord) terten trein tren treinconducteur garde treuzelen trutselen tronk (wilgen) treunke trui (dikke ,wollen) varuize truweel trawille tuimeling tuimelperte tuin lochting twintig twentig ui dsuin uitgelopen inktvlek kollebeeste uitschot krapuul uitstalraam etalouse uitsteeksel tuut urine pisse urineren zjieken uw uie vaas voaze vaat schotels vals spelen zeuren van hun van oalder van stem veranderen vermuiten vaneigens vaneigne vanzelfsprekend vanei-enst varken verken varken tsoe varkensgebraad een stuksken in zijnen hil'n vechtpartij badderinge veilig velleg veldkleedaardappel ne pellepatoattere veldsla kursaloa veldsla muizenurkes veldwachter sampetter velzekestraat lenge plenke ventiel supappe ventiel sepappe veranderen van mening uit opportunisme kazakkekeerder verbrande kolen schi-elingen ( schi-mande) Verdwenen ribedebi verfrommelen verfrutselen vergif vergef verlegen vrouw seute vernielen, overhoop gooien verdestreweren, verdimmeleren verspillen vermooschen verstaan verstoen verstoppertje (spelen ) kettsen verbleinen ( spelen ) verstoppertje (spelen) piepkenduik verstoten ,opzij zetten verpikken vervang peter peetselap vervelend mens ambetanterik verwelkt (bloemen) verslunst verwend kind nen bedorven stront verwend persoon bedorven stront verwisselen (knikkers, meikevers) vermangelen verzekering assurance vest kazake vest frak vinder vendere violier (bloem) stoffelier vleermuis floremuize vleien flossen vleien / slijmen mefrotten vleier / slijmer mefrotter vleugel fleurik vliegenraam zaloezie vlinder vliegenbet vlinderr vliegenbetter vloek nondidomme vloek akkerzee vloek van den hond zijn kloten vod klodde voddeman kloddemarchang vodden trui-els vodden klodden voetpad plenkier vogelkooi muite , voljeire vogels veugels volkoren brood mesluinen bruud volledig hiltegans voordeur veurdeure voortdurend gutsgenoadig vork fercet vrederechter juuze(pee) vrederechter djuugepee vrek krebbenbijter vroeg tijelijk vrouw vraae vrouw preute vrouw van ruiten koekenwijf vrouwenborsten mammen vrouwenborsten tetten vrt bruusel vloms vuilerik vortzak Waar ben je wor zije gije Waar halen jullie die mooie aardappelen? Wor olde golder die schune patotters? waar was je wor worde gije waardeloos voorwerp bucht waarschijnlijk verzekers waarschijnlijk heelzekers wachthuisje ( aan spooroverweg) roethuizeken warme maaltijd gekooksel warmwaterkruik pulle wc vertrek we zijn weg we zijme den of af weduwe weeve weduwnaar weeveneire weg wig weg weegelken wei mis weigeren réfezeren wel toet wenen blijten, tsiempen wesp fluitenier wetgeving wetgevinge wielrennersbroek koersbroek wij woalder wij woaere wind (laten) scheete (loaten) windscherm paravent wipstoeltje voor baby's fouteuse wollen deken wulle sourze woonwagens barakken woordenboek dictionair wordt gezegd van iemand die veel geld uitgeeft ij ee (s'ee) nen èe rijken dûchedoan worsten beulingen wortelen wurtels wurmendries vuilestroate zak bose zak met gereedschap besuidse zakdoek neusdoek zaklamp piellampe zat zoat zatte vrouw 'n zatte pallulle zeiker zjieker zeikerd ziekere zekering plong zekeringskast plongkasse zeuren knotteren zeveraar zivereire zich (inwendig) opjagen op zij perd zitten ziedaar nem zigeuner brakgast Zigeuner Bohemere zij zoalder zij zoaere zij konden het niet gezien hebben ze kosten zoar da nie gezien gad ein zij zal eeuwig vrijgezel blijven ze za opgoan veur toepkeszoad zijn best doen zijn devooren doen zitplaats salong zo niniek zo dadelijk sebiet, fleust zolder tupperste zoldertje boven bijgebouw schelf zonder geld rutte zou het .... zoot zout zèt zuurtje (snoep) ne muilentrekkere zwarte bessen hollebezen zwijgen out ou muile zwijgen et oune smoel of smoel toe zwijgt et ouen bek
_________________ Veel groetjes van StrandLady.En Veel Liefs Ook toegewenst.
|